Daar zet je toch niet zo'n broeierige kop bij
...en de beste van de 44 gedichten we geloven het allemaal....
Je kunt natuurlijk stellen dat het wel iets heeft, van die vroeg demente kinderliedjes maken, die de lijn tussen kinderlijk en kinderachtig maar niet weten slechten. Maar nu komt mijn essentiele bezwaar: daar ga je toch niet met zoān hoofd naast staan? Zo spannend serieus jongetje met een bijna uilachtige blik, dat is toch niet te rijmen jongens met deze infantiele tralala gedichten?
En dan hebben we Hans Lodeizen. Dat vind ik nou echt een typisch Nederlandse dichter. Als iemand me zou vragen wie is er het meest Nederlands als dichter zou ik Lodeizen kiezen. Die titel alleen al: āHet Innerlijk Behangā.
vertellingen en ongelukken gingen altijd samen
in dit land; de koning
ging in zijn hermelijnen mantel naar bed
omringd door hofdienaren
en sliep slecht vanwege het aanhoudende
geroezemoes van stemmen om hem heen;
twee kameniers die streden om zijn pantalon
of een page grappen makend over zijn kousen;
het was een land met vreemdsoortig volk,
en toch: hier leefde hij en was gelukkig, onder
het rapalje was hij thuis als onder de elite;
hij kende geen vrede,
groot genoeg om de onafmetelijke
stranden van zijn gevoel te vullen, geen roep
was vlug genoeg om de winden in te halen
ā het was een onbegonnen werk
te klagen, en hij klaagde niet.
Hans Lodeizen (1924-1950)
uit: Het innerlijk behang (1950)
Dat heeft Hans goed gezien, klagen, dat doen ze niet, dat volk aan de Noordzee. Dan zou je namelijk moeten erkennen dat er iets wringt, dat de wereld niet netjes klopt als een boekhouding, en daar is men hier juist zo dol op: het klopt allemaal. De poƫzie klopt, de dichters kloppen, de prijzen worden uitgereikt aan dichters die keurig kloppen met het beeld van een dichter dat ooit door een commissie is samengesteld, zorgvuldig getrimd en bewaterd als een bonsaiboompje dat nooit uit de pot mag springen.
Klagen zou betekenen dat je iets verlangt wat buiten het formaat van de subsidieaanvraag valt. Het zou kunnen impliceren dat je een idee hebt, of erger nog: een visie. En dat is gevaarlijk, want een visie laat zich moeilijk formaliseren. PoĆ«zie in Nederland is geen innerlijk behang meer, maar een brandvertragende wanddecoratie ā veilig, gecertificeerd, en vooral: niet ontvlambaar.
Wie vandaag klaagt, wordt de mond gesnoerd met lof. Je krijgt een uitnodiging voor een festival in Zeeland, een plaats op een panel over 'poƫzie en de stad', of je wordt benoemd tot stadsdichter van een gemeente die niemand zonder spieken kan aanwijzen op de kaart. Je wordt gedecoreerd met waardering, je wordt ingepakt in het dikke pak papier van de literaire consensus.
De echte dichter ā dat wil zeggen, de lastpost, de warhoofdige, de onbruikbare ā leeft niet in dit land. Hij is hier misschien geboren, maar hij woont ergens anders. In een taal zonder keurmerk. Hij klaagt wel, maar niemand noemt dit klagen: men noemt het 'onbegrepen'. En zo blijft het rustig in het koninkrijk.
Wat Lodeizen hier wil zeggen is dat er zoveel mis is in dit land dat het onbegonnen werk is om er iets over te gaan zeggen en daarom houdt hij de mond maar. Dat is waarschijnlijk als je hier een ietwat plezierig bestaan wilt een intelligente levenshouding.
*
Goed, op naar de modernere baksels. Amina BelÓrf ⢠Reculer pour mieux sauter
zo lezen we op Neerlandistiek.nl
Een kolibrie doorbreekt het zwijgen
zweeft met opgevouwen briefje
in de borstkas boven het kussen
de bloemen schilderen de kamer
aan het blauwe raam evenredig gestapelde
muntstukken gewikkeld in vershoudfolie
de verkleining van uitzichtloze Braem-
bloktorens stapelpijn van deze tijd
Herkenbaar, die stapelpijn. Ik ervaar die eerlijk gezegd bijna aan den lijve terwijl ik dit werk lees. Die verkleining van de uitzichtloze Braem-bloktorens!!!
het behang scheurt langzaam de bemanning
zoekt beschutting in deze overzetboot
Zoek beschutting in de overzetboot, denk ik, terwijl de kolibri met het opgevouwen briefje in de borstkas boven het kussen zweeft. De overzetboot!!!
zonder bestemming niemand vangt een blik
wie leest straks de namen voor?
Godverdomme! Wie leest er straks de namen voor in de overzetboot met het OPGEVOUWEN briefje?????
Dan volgt de meest geniale regel uit dit beste gedicht:
Ik denk me een wereld van bessen braam
Hier werd de herkenbaarheid bijna een mokerslag voor me. Ik drink namelijk wel eens bessensap, en ook wel eens bramensap. Ja. Hier spreken we van pure contemplatieve extase. Hier wordt denken tot bessen maken. Hier hoeft de grammatica zich niet meer aan logica te houden, zolang het sap maar donker is, het tempo traag en het schors voldoende nestelt. Het is poƫzie als wellness: je komt er niets wijzer uit, maar je voelt je wel even speciaal.
En ondertussen ligt dat opgevouwen briefje daar nog steeds, als een Chekhoviaans pistool dat nooit wordt afgevuurd. Wat staat erop? āLet op: deze poĆ«zie bevat mogelijk sporen van betekenisā? Of gewoon: āvergeet niet de was te doenā?
āopgroeien zonder partituur / is heel vaak opnieuw beginnenā
We eindigen met wat de dichter vermoedelijk zelf als de moraal beschouwt, het opschrift op de tempel van hedendaagse gevoeligheid: vaag genoeg om universeel te zijn, generiek genoeg om herbruikbaar te zijn in elke speech op een poƫzieprijsuitreiking of bij de aanstelling van een nieuwe stadsdichter in Lokeren.
De kolibrie, het opgevouwen briefje, het kussen, de muntstukken in vershoudfolie ā het zijn allemaal ingrediĆ«nten van een salade die niemand heeft besteld, maar die elke ochtend om 09:00 uur warm wordt uitgeserveerd aan de abonnees van Laurens Jz Coster. En niemand durft de chef aan te spreken, want hij heeft een literaire prijs gewonnen.
Het beste van de 44 gedichten. Waarvan akte.
Martinus Benders - 30-03-2025




Hoi, nieuwe lezer hier. Ik vind wat je over dat opgevouwen briefje opmerkt on point, en ben benieuwd wat je van andere gedichten uit de bloemlezing vindt. Die van Jess de Gruyter (XII) of Maaike Wolf (Wat je hebt) bijvoorbeeld. Zit er ook iets tussen dat je wel aanspreekt?
'het zijn allemaal ingrediƫnten van een salade die niemand heeft besteld' - gelukkig kan er om gelachen worden.