Dichtkunst: BS job met dating
...een korte maar gretige aftasting van het verschijnsel Lauwereys...
Dichtkunst is in de moderne tijd vooral een combinatie van werkverschaffing en dating geworden. Zo lezen we in de bio van deze vroege millennial dat hij ‘al zijn hele leven de poëzie gretig betast’. En dat gretig betasten heeft hij onder andere gedaan door een Vlaamse Meander-kloon op te richten die 'Roer mij' heet (sic!). Onze man met de gretige handen heeft nu zowaar een debuutbundel gepubliceerd die natuurlijk – hoe kan het ook anders – handelt over zijn afwezige vader. Immers, al dat gegretig gevoel en getast kan alleen als de kat van huis is. Kris Lauwereys heeft duidelijk nooit een corrigerende tik ontvangen, vandaar deze therapeutische bundel als laatste uitweg.
Het patroon herkennen we meteen: je kiest in fase één van je leven voor ‘de poëzie’ als alternatief voor Tinder. Je hebt geen aantrekkelijke baan, geen markante kop, en je bankrekening suddert tegen de nulgrens als een hardnekkig mislukt spiegelei.
‘Ik wil jouw schilderijen gretig betasten’ blijkt als openingszin op Tinder weinig effectief. Gelukkig bestaat er ook nog de literaire wereld, waar je niet eens hoeft te betalen en waar je in één, twee, drie stappen een partner, een literair blad én een uitgever vindt die zich allemaal gewillig en gretig laten betasten, simpelweg uit kunstplicht.
En ziehier hoe onze Kris zich profileert:
"Schrijft en verslindt poëzie. Registreert en verbindt.
Expertise: dichter en redacteur."
In zijn bundel "Neerwaarts verzet" bindt Kris Lauwereys een persoonlijke strijd aan met de taal die hij erfde van zijn afwezige vader. Hij onderwerpt zijn verleden aan een kritische blik en probeert er zich van los te maken, aldus Poëziekrant. Nou, dat willen we natuurlijk dolgraag eens meemaken:
Hoeveel nachten voor wij tastbaar worden?
In de straten lost de mist niet op.
De hond die al dagenlang blaft
heeft nog steeds zijn staart niet gevonden.
Zijn poten slijten cirkels uit in steen.
Ik krijg maar geen lichaam aangemeten.
Je trekt het keer op keer weer uit.
Er hangen in ons huis meer spiegels dan voorheen.
Een kat legt haar buit op de drempel en
draait zich om. Komt niet terug.
Ik neem de dode vogel aan die opvliegt
uit mijn handen. Die vluchtigheid krijgt
niemand weggeslikt. Het blijkt al
herfst — een neerwaarts verzet
fluister ons terug de aarde in.
Kris Lauwereys (1979)
Een echte candlelightknaller heeft onze Kris hier neergezet. En weet je wat ik nu écht knap vind? Dat hij het voor elkaar krijgt om zelfs een witregel klef te laten aanvoelen. De witregel tussen 'verzet' en 'fluister' is ongetwijfeld de klefste ooit gepubliceerd in de Nederlandstalige poëzie. Waar blijft de prijs voor deze historische verdienste?
Het kan overigens geen sinecure zijn om pas op je 46e te debuteren. Vermoedelijk omdat je eerst veertig jaar lang bij je afwezige vader woonde, gretig tastend naar wat poëtisch houvast in tijden van wooncrisis en millennialdesillusie. Of zit ik nu te projecteren? Moet ik me ook eens aan therapiepoëzie gaan wagen?
Misschien noem ik die toekomstige bundel wel "Opwaarts gepruts," als cynische knipoog naar Kris’ "Neerwaarts verzet."
Gretig grijp ik alvast naar mijn lekkere, volslanke pen.
U groet,
Martinus Benders, 15-03-2025



'En weet je wat ik nu écht knap vind? Dat hij het voor elkaar krijgt om zelfs een witregel klef te laten aanvoelen. '
Een kleffe witregel - ik schoot in de lach